All posts by marga

Bij Hablamos-Spaans organiseren we ook filmavonden. Een van de films die we gezien hebben is de Chileens film NO van Pablo Larraín.  Ga je deze film bekijken, dan is het  best handig er alvast wat over te weten. Hier kun je de inleiding van Marga Veldkamp nog eens nalezen.

De film No is een Chileens drama van regisseur Pablo Larraín uit 2012.
De film speelt echter in 1988. Daar was vanaf 1973 een dictatuur onder leiding van generaal Augusto Pinochet. Op het moment van de staatsgreep was de democratisch gekozen president Salvador Allende aan de macht.  Vanwege zijn socialistisch bewind en de zware economische en sociale problemen, pleegde een groep officieren geleid door Pinochet op 11 september 1973 een staatsgreep. De staatsgreep werd gesteund door de Amerikaanse veiligheidsdienst (CIA), die vreesde dat Allendes Chili een voorbeeld zou gaan vormen voor het communisme in Latijns-Amerika.

Pinochet was aanvankelijk hoofd van de voorlopige regeringsjunta, maar na een jaar werd  hij president. In de 17 jaar dat de dictatuur duurde werden er zo’n 3.000 mensen op systematische wijze vervolgd, gemarteld, vermoord en verbannen. Er werden veel gruweldaden gepleegd en ook later als Pinochet formeel niet meer aan de macht is, blijft zijn invloed altijd groot. Doordat er een amnestie wet werd aangenomen zijn zowel Pinochet als de andere daders en verantwoordelijken nooit berecht.

Dat betekent dat er nog steeds mensen zijn die niet weten wat er gebeurt is met hun partner, zoon, broer of zus en waarvan de lichamen nooit zijn terug gevonden. In sommige dorpen wonen daders en slachtoffers nu nog naast elkaar. Zie hiervoor ook de aflevering van andere tijden over Chili en de dood van Allende.

In 1988  wordt generaal Pinochet onder grote internationale druk gedwongen een referendum te houden over de voortzetting van de dictatuur.  De Chilenen kunnen kiezen voor: “ja” nog eens acht jaar dictatuur of “nee” en vrije verkiezingen. De Pinochet-aanhangers voelen zich vrij zeker van hun zaak, ook omdat zij het referendum zelf organiseren en hun spotjes laten maken door een groot, gerenommeerd reclamebureau.

Maar dan stapt één van de veelbelovende schrijvers van datzelfde reclamebureau over naar het nee-kamp. Het is René Saavedra. (fantastisch gespeeld door Gael García Bernal) Voor Saavedra die goed geboerd heeft onder het regime van Pinochet,  hij heeft een mooi huis en een dure auto,  is die nee-campagne  in eerste instantie vooral een professionele uitdaging en niet zozeer een ideologische keuze.

Maar mede door zijn ex-vrouw, een linkse activiste,  en door de harde cijfers over marteling, moord en verbanning, dringt het tot Saavedra door dat  er meer op het spel staat dan alleen zijn carrière. Het campagneteam heeft in de aanloop naar het referendum elke dag vijftien minuten zendtijd. Dat is niet veel en dat is niet het enige probleem waar ze tegen aan lopen…….

Regisseur Pablo Lorraín gebruikt voor de film oude archiefbeelden. En om de overgang tussen archiefbeelden en nieuw materiaal vloeiend te laten verlopen, draait hij de hele film op videomateriaal uit de jaren tachtig. Het lijkt daardoor net alsof de hele film echt in de jaren 80 gedraaid is.  Daardoor zie je in de film zomaar een jonge Jane Fonda en Christopher Reeve opduiken in de nee-campagne. Feitelijk, zegt de regisseur, hebben we een film afgemaakt die 25 jaar geleden begonnen is.

Doordat  de regisseur elk detail van de strijd in beeld wil brengen, duurt de film best lang. Maar het maakt wel het verhaal ook heel completeet en dank zij Bernal, die een waanzinnig goede acteur is, wordt het in ieder geval een  heel boeiend verhaal, niet alleen over een stuk geschiedenis van Chili maar ook over reclametechnieken van zo’n 25 jaar geleden. Al met al een interessante en hoopvolle film.

Spanje is al jaren dé belangrijkste emigratiebestemming voor Nederlanders vanwege het gunstige klimaat en de relaxte leefstijl. Vandaar dat jaarlijks zo’n 150.000 mensen vertrekken voor een permanente verhuizing naar Spanje. Of je nu verhuist om te gaan genieten van je pensioen of een bedrijf op wilt gaan starten in Spanje: een goede voorbereiding is altijd vereist. Daarom vind je hieronder enkele tips voor een emigratie naar Spanje.


1. Waar wil je gaan wonen in Spanje?

Het eerste waar je je bij een emigratie naar Spanje mee bezig gaat houden, is uitvogelen waar je wilt gaan wonen. Barcelona, Valencia en Madrid zijn populaire steden om naartoe te verhuizen. Verder zijn regio’s als de Costa Blanca en de Costa Brava zeer populair onder de Nederlandse emigranten. Hier vind je ook de meeste werkgelegenheid. Huizenprijzen zijn in Spanje over het algemeen lager dan in Nederland, dus dat is natuurlijk goed nieuws.

2. Leer Spaans!

Bij een emigratie naar Spanje hoort ook het leren van de Spaanse taal. Voor ons is het niet voor te stellen, maar zelfs in grote Spaanse steden als Madrid en Barcelona praten de mensen nauwelijks Engels. Het valt aan te raden om bijvoorbeeld een taalcursus te volgen. Hablamos Spaans (http://hablamos-spaans.nl/) biedt een gevarieerd aanbod aan verschillende cursussen Spaans, zoals groeps-en privélessen en ook zakelijke trainingen of vakantiecursussen.

3. Regel een verhuisbedrijf

De volgende stap is het regelen van een verhuisbedrijf. Sirelo (https://sirelo.nl/verhuizen-naar-spanje kan je hier bij helpen: op hun website vul je het offerteformulier in, waar je aangeeft wat en waar je naar toe wilt verhuizen. Sirelo koppelt jouw aanvraag dan aan vijf verhuisbedrijven die jou hun scherpste offerte sturen. Op deze manier kun je kijken welk verhuisbedrijf het voordeligst is voor een emigratie naar Spanje.

4. NIE aanvragen en inschrijven in de Spaanse gemeente

Na het verhuizen van je spullen naar Spanje, staat je de inschrijving in de Spaanse gemeente te wachten. Hier heb je je NIE (Número de Identidad de Extranjero) voor nodig. Dit nummer kun je aanvragen bij een politiebureau met een kantoor voor buitenlanders, la Oficina de Extranjeros. Een NIE is onmisbaar in Spanje: je hebt dit nodig om te werken, salaris te ontvangen, een rekening te openen, hypotheek af te sluiten en noem maar op.

5. Wees flexibel

Ten slotte is het heel belangrijk dat je je bij een emigratie flexibel opstelt. Het kan gebeuren dat bepaalde dingen anders gaan dan je gewend bent. Spanje heeft soms nog een beetje de Mañana cultuur. Dit is zeker niet iets wat je af hoeft te schrikken. De kosten wegen op tegen de baten: eenmaal geëmigreerd naar Spanje, kun je genieten van het milde zonnige, klimaat, de relaxte mensen, het heerlijke eten en het goedkope leven!!

 

 

 

Als je Spaans wilt leren is het natuurlijk leuk en motiverend om het ook echt te gaan gebruiken. Bij Hablamos-Spaans gaan we daarom naast de lessen elk jaar op taalreis om ons helemaal onder te dompelen in de Spaanse taal en cultuur. Daarom een klein verslag van onze laatste taalreis. Dus nu eens geen cursus Spaans in Malden of Arnhem maar in Ronda, in Zuid-Spanje, niet heel ver van Málaga.

IMG_3968 IMG_5855

Dat bleek een goede keus. Wat een leuke stad en wat een mooie omgeving! En vooral wat een leuke school bleek Entrelenguas te zijn met een jong en super enthousiast team. Geen moeite was hen teveel om het ons naar de zin te maken.

13245333_794263304008917_3017377580475960400_n

IMG_3819

13321969_794263387342242_6908104335562750546_n

Naast de lessen die ’s ochtends werden gegeven, werden er allerlei leuke en bijzondere activiteiten georganiseerd. Ronda is een prachtige stad waar de sporen van vele culturen terug te vinden zijn, zoals Alex, een van de mensen van Entrelenguas ons op een leuke, onderhoudende manier vertelde en liet zien.

IMG_5719

Bij Entrelenguas kiezen ze voor local experience. Dat betekent dat ze samenwerken met bedrijven die ecologisch zijn en/of echt Spaanse en regionale producten gebruiken of verkopen en niet al te toeristisch. Kleinschalig dus.

P1060399

Zo zijn we ook met zijn allen naar een ecologische moestuin geweest, waar we uitleg kregen over hoe ze werken en waren we in de gelegenheid met de lokale bevolking te praten en zelf even de handen uit de mouwen te steken.

IMG_3838

Als je bij een gastgezin verblijft, kun je nog meer Spaans oefenen en je ziet meteen hoe mensen in Spanje wonen en leert van alles over hun manier van leven.
Een leuke activiteit was dan ook samen met het gastgezin iets te eten bereiden en dat vervolgens allemaal samen op te eten. De beste koks werden beloond met een lekkere fles biologische wijn.

IMG_3884

Een andere activiteit was een wandeling door de omgeving (senderismo) ook onder leiding van onze gids Alex, die niet alleen veel bleek te weten van cultuur en geschiedenis, maar ook van plantjes en de natuur.

IMG_6210

DSC_0175

Het hoogtepunt was echter de cata de vinos. Wat een geweldig slot van een heerlijke week. Zonsondergang op een prachtige plek midden in de natuur in een ecologische wijngaard met uitzicht op de indrukwekkende rotsen van Ronda en de prachtige bergachtige omgeving. Een ongelooflijke ervaring. Het ultieme vakantiegevoel voor iedereen… een wijntje, hapje, drankje, prachtige natuur en leuke mensen.

IMG_6280

13307233_794263797342201_8922591425197897777_n

13263665_794263567342224_5199237232739021162_n

Muchas gracias Mar, Alex, Javier y otros colaboradores de Entrelenguas. ¡Chin-Chin! Y hasta la próxima.

13307260_794263377342243_779511452655444225_n

IMG_4124

Semana Santa

De Semana Santa is de heilige week voor Pasen. In Spanje noemt men het ook wel Goede week. Gedurende  deze week worden de laatste dagen uit het leven van Jezus herdacht en zijn er processies in bijna alle steden en dorpen van Spanje. De belangrijkste dagen zijn: Palmzondag (intrede van Jezus in Jeruzalem), Heilige Donderdag (laatste avondmaal), Goede Vrijdag (de kruisiging) en Paaszondag (verrijzenis van Jezus). Elke processie is anders omdat het een ander moment uit de bijbel herdenkt. Op Palmzondag bijvoorbeeld zijn de  processies vrolijk en lopen er veel kinderen mee, want dan  wordt de intocht van Jezus in Jeruzalem herdacht. De processies op de andere dagen zijn plechtig want ze herdenken de lijdensweg en dood van Jezus.

Los pasos
Het belangrijkste van de processie zijn los pasos: grote constructies versierd met bloemen en een beeld van Jezus of Maria. De cofradías (broederschappen) organiseren de processies. Ze halen de paso met de beelden uit de kerk en dragen die vele uren door de straten. De personen die zo’n paso dragen noemt men costaleros (dragers). De dragers lopen langzaam en gecoördineerd en moeten vanwege het gewicht van de pasos (tot soms wel 6.000 kilo) vaak stoppen en uitrusten.  Aan de gezichten van de dragers is duidelijk te zien dat het heel zwaar is.

IMG_0400

Broederschappen
De dragers komen uit de verschillende broederschappen. Elke broederschap heeft zijn eigen kleur en symbolen.  Broederschappen zijn in de veertiende eeuw ontstaan, toen Europa geteisterd werd door de pest. Gelovige mensen in die tijd waren ervan overtuigd dat openbare boetedoening de enige remedie was om deze ziekte uit te bannen. Daarom sloten ze zich als boeteling (nazareno) aan bij een broederschap. De nazarenos of penitentes (boetelingen) gaan gekleed in een speciaal tuniek en dragen soms een kap over hun hoofd om onherkenbaar te blijven.

La saeta
Tijdens de processie wordt er niet gepraat.  Als de dragers met het Mariabeeld passeren begint iedereen te klappen. Vaak wordt er wel “guapa” geroepen naar de maagd. Soms gaat er opeens iemand een Saeta zingen, dat zijn geïmproviseerde liederen voor de beelden op de pasos. Als iemand begint te zingen, dan stopt de processie meteen. De saetas hebben een speciale melodie die lijkt op flamenco. Zo’n tekst is bijvoorbeeld ”Ay, ay, ay Maria, kon ik je zoon maar redden van het kruis. Ik zou er alles voor doen!”  Als er een saeta gezongen wordt is het publiek doodstil. Als de man uitgezongen is wordt hij beloond met een luid applaus.

Sevilla
Duizenden personen gaan de processies bekijken. De gelovigen beleven de processies als heel emotioneel maar ook niet gelovigen kijken met respect naar deze traditie. Sevilla staat bekend om zijn vele en grote processies. Er zijn wel 60 broederschappen die vanuit hun eigen wijk of parochie in processies door de stad gaan.  Het is heel indrukwekkend dit een keer  mee te maken. Een processie tijdens Semana Santa kan vaak uren duren.

Vrijlaten gevangene
Nog een bijzonderheid in Málaga is dat er ieder jaar tijdens de Semana Santa een gevangene wordt vrijgelaten. Deze traditie bestaat al ruim 250 jaar oud.  Tijdens een pestepidemie onder het bewind van Karel III werden gevangenen ingezet om de pestslachtoffers in de processies te vervangen. Als dank hiervoor besloot Karel III in 1759 om jaarlijks gratie te verlenen aan één gevangene. Drie misdadigers krijgen aan het begin van de heilige week te horen dat ze kans maken op vrijlating. Daarna lopen ze onder politiebegeleiding mee in de processie en één van hen wordt na de boetetocht werkelijk vrijgelaten. Dit zijn nooit gevangenen die zware misdaden hebben gepleegd.

 

Wat zijn las Fallas?
Las Fallas is het grootste en belangrijkste feest van Valencia en gewijd aan San José, de patroonheilige van de timmerlieden. Het belangrijkste van dit feest zijn de monumentale figuren van hout en papier-maché. Deze worden net als het feest zelf fallas genoemd. De grootste fallas zijn soms zelfs hoger dan 30 meter en samengesteld uit verschillende ninots (poppen). Dat kunnen sprookjesfiguren zijn, maar ook satirische of humoristische afbeeldingen van beroemdheden, politici  en andere mensen uit de Valenciaanse of Spaanse maatschappij.

programa-de-fallas-2016-valencia

 

Hoeveel fallas zijn er in Valencia?
Alleen al in Valencia zijn er zo’n 700 verdeeld over de verschillende  wijken. De fallas worden betaald en georganiseerd door comisiones falleras, dat zijn particuliere buurtverenigingen. Er is er slechts één die door de gemeente georganiseerd wordt en die staat dan ook op de Plaza del Ayuntamiento. Er worden prijzen uitgereikt voor de mooiste fallas, verdeeld in verschillende categorieën. Ook de crisis is niet voorbij gegaan aan Las Fallas, zo werd er in 2008 nog een Fallas gemaakt welke 1 miljoen euro kostte, in 2014 was het duurste beeld 230.000 euro.

Los falleros.
Mensen die lid zijn van fallas-commissie worden falleros genoemd. Men schat dat er zo’n 120.00 zijn. Elke falla wordt afgevaardigd door twee falleras, een volwassene (la Fallera Mayor) en een kind (la Fallera Mayor Infantil). Elk jaar worden er op democratische wijze nieuwe Falleras Mayores gekozen. De falleros gaan gekleed in de typische, traditionele kleding van Valencia. Er zijn pasacalles (optochten) met muziek, waar hele gezinnen in mee lopen.

P1040691

De hoogtepunten van de Fallas
Tijdens de belangrijkste dagen van 15 tot 19 maart is het een week lang één groot feest. Overal in de stad vind je muziek optredens, paella-kookwedstrijden op straat, veel drank, churros en héél véél vuurwerk. Op 15 maart starten de feesten met het monteren en plaatsen van de monumentale Fallas. Dit noemt men la plantà. Op 17 en 18 maart worden er bloemenoffers gebracht aan de beschermheilige van Valencia: la Virgen de los Desamparados (de maagd van de hulpbehoevenden).

Een groot vuurwerkspektakel is er op 18 maart  en op 19 maart vanaf 22.30 uur wordt het einde van de festiviteiten ingeluid met la cremà, het verbranden van de ruim 600 fallas onder luid gejuich van de toeschouwers.  De traditie is dat er één klein beeld wordt gered door het publiek, dit beeld wordt dan overgebracht naar het Fallero Museum.

P1040673

La mascletà.
Een andere bijzonderheid van las Fallas is la mascletà. Van 1 t/m 19 maart is er iedere dag om 14:00 uur op het Plaza del Ayuntamiento een vuurwerkspektakel waarbij binnen een paar minuten duizenden rotjes of voetzoekers knallen. Het is  een gigantisch lawaai, maar de Valencianen zijn er dol op! Een goede mascletà heeft een speciale opbouw en er zijn ritmes in te ontdekken, zodat veel mensen aan het eind van een mascletà hard meeklappen of springen. Het spektakel wordt dagelijks door een andere pirotécnico verzorgd en is daarom elke dag anders.

La despertà
Las Fallas begint iedere dag om 8:00 uur met La Despertà dit is de de wake-up call”, er marcheren dan fanfares door de stad die vrolijke muziek brengen. Maar ook lopen er groepen met potten en pannen en maken hiermee een hels kabaal. En er wordt ook weer enorm geknald.

Hoe zijn de Fallas ontstaan?
In 1497 is deze traditie begonnen door timmerlieden. In de wintermaanden moesten ze de laatste uren van hun werkdag werken bij het licht van olielampen. Deze lampen waren bevestigd aan een houten constructie die aan het eind van de winter verbrand werden als een symbolisch  afscheid genomen van de winter en verwelkoming van het voorjaar. Dit verbranden  had plaats op 19 maart, de dag van San José, de beschermheilige van de timmerlieden. Langzamerhand veranderden de houten constructies in poppen en werden er satirische of kritische boodschappen mee doorgegeven.  

Zelf een keer meemaken?
Wil je zelf ook wel een keer dit geweldige feest meemaken? Kijk dan voor praktische informatie en handige tips op :    Fallas festival 

Video van Las Fallas
Een grappige video om wat in het Spaans te leren en te zien over Las Fallas is de volgende. Veel plezier ermee.

Deze week in de les kwamen we de uitdrukking tegen “ser más feo que Picio” wat zoiets betekent als heel erg lelijk zijn of in het Nederlands  “zo lelijk als de nacht zijn”. Letterlijk vertaald betekent de uitdrukking  “nog lelijker zijn dan Picio”.  Dit riep de vraag op bij mijn cursisten: wie is Picio?

Nu schijnt Picio werkelijk geleefd te hebben en dit is zijn verhaal:  Francisco Picio was een schoenmaker uit een dorpje in de provincie Granada in Spanje die  ergens eind 19e  eeuw (waarschijnlijk ten onrechte) ter dood werd veroordeeld. Het vonnis werd op het laatste moment ingetrokken en Picio vrijgelaten.

De schrik en de stress van het hele gebeuren hadden echter zo’n impact op hem dat hij vanaf die dag al zijn haren verloor (ook zijn wimpers en wenkbrauwen), en er rare bulten op zijn gezicht en lichaam verschenen. Zijn lichaam raakte zo vervormd dat iedereen hem nakeek en hij overal werd verjaagd. Uiteindelijk stierf hij eenzaam en verlaten. Niet echt een vrolijk verhaal. Ser más feo que Picio is dus niet echt iets om naar uit te kijken.

Even voorstellen
Ik ben Marga Veldkamp en eigenaar van  Hablamos-Spaans. Ben je geïnteresseerd in Spaans leren?  Lees dan mee met mijn blog: ik ga schrijven over van alles wat ik in mijn lessen of onderweg tegen kom. Leuke weetjes, andere gewoontes, uitdrukkingen, actualiteiten, enz.  Vamos a viajar al mundo del español. We gaan op reis naar de wereld van het Spaans. ¡A disfrutarlo! Genieten maar!

Spaans leren in Spanje
Tijdens een cursus Spaans (in Arnhem of Malden) haal ik graag zoveel mogelijk Spanje in de les. Dat kan door middel van authentieke materialen, filmpjes, muziek, eten, enz.  Maar nog leuker is het natuurlijk in  Spanje zelf te gaan oefenen en daar ondergedompeld te worden in de Spaanse taal en cultuur. Daarom gaan we met een groep cursisten van Hablamos-Spaans elk jaar een week naar Spanje, hebben we les bij een Spaanse taalschool en verblijven in Spaanse gastgezinnen. Een leuk en leerzame ervaring die je kunt delen met je compañeros de curso. Dit jaar gaan we naar Ronda.

Ronda
Ronda met zijn bijna 40.000 inwoners, gelegen in de provincie Malaga en omgeven door bergen en witte dorpen, is een fantastische stad om Spaans te leren. De vriendelijke mensen, het uitstekende klimaat, de natuurlijke omgeving en de prachtige ligging van de stad, maken het een ideale plek om jezelf onder te dompelen en op te gaan in de Spaanse cultuur. Wat Ronda extra bijzonder maakt is de diepe kloof die de stad in tweeën verdeelt en door een brug (el Puente Nuevo) verbonden wordt. Vanaf deze brug heb je een adembenemend uitzicht op de kloof en de omgeving.

Taalschool
We volgen een week lang les bij een leuke Spaanse taalschool  met een jong, enthousiast team die op creatieve wijze les geeft. Binnen en buiten de les is er volop gelegenheid het geleerde meteen in de praktijk te brengen. De school bevindt zich in het oude gedeelte van de stad. Dit deel heeft mooie smalle straatjes met de typische witte huizen op een steenworp afstand liggen bovendien de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad.

Gastgezinnen
Wat elk jaar weer spannend en vooral ontzettend leuk is, is het verblijf in een gastgezin. Hoe kun je beter het echte Spaanse leven leren kennen dan van binnenuit? Je kunt zelf aan den lijve ervaren hoe het Spaanse (gezins) leven er nu eigenlijk uitziet. Hoe wonen de mensen, wat doen ze, welke eet- en andere gewoontes hebben ze… En wat best wel spannend is, maar o zo leuk. Hoe gaat het communiceren? Kun je je al een beetje redden in het Spaans? Over het algemeen lukt dat wonderwel en zijn de Spanjaarden heel hartelijk en gastvrij.

Geschiedenis
Ronda is  een van de oudste steden van Spanje en heeft een rijke geschiedenis. Naast Kelten, Feniciërs en de Grieken hebben ook de Romeinen Ronda bewoond. Zij noemden de plaats Arunda, omdat het stadje uitkeek over de omgeving en zo rondom een strategisch uitzicht had. Na een eeuwenlange overheersing door de Moren, terug te zien in allerlei historische bouwwerken, werd Ronda in 1485 door de christenen op de Moren heroverd.

Ook in de eeuwen erna waren er periodes van verwoestingen. Tijdens de burgeroorlog bijvoorbeeld (1936-1939) waren Ronda’s sympathieën republikeins en kwam het stadje in botsing met de kerk en Franco. Toen Ronda op 16 september 1936 viel, werden veel republikeinen het slachtoffer van brute represailles. Sommigen die ontsnapt waren vormden guerrilla troepen en leefden in de jaren erna als bandieten in de bergen. Vanaf de jaren ’60 begon Ronda toeristen te trekken en werd het al snel een van de meest populaire niet-kustplaatsen in Spanje

Video La Serranía de Ronda
La Serranía de Ronda is de streek rondom Ronda. In deze streek en soms op een steenworp afstand van Ronda,  liggen ook veel mooie witte dorpjes (los pueblos blancos) met smalle straatjes, sfeervolle pleintjes en oude fonteinen. Het is de Moorse sfeer die je nog terug vindt op deze idyllische plekjes. Wil je alvast in de stemming komen? Kijk dan naar deze video voor een sfeerimpressie. Er wordt Spaans gesproken en het is in het Engels ondertiteld. Zo kun je je Spaans oefenen en weet je zeker dat je alles begrijpt.